Meerdere ketels op één schouw: mag dat?
Gemeenschappelijke rookgasafvoer — regels, risico's en aandachtspunten
Gemeenschappelijke rookgasafvoer — regels, risico's en aandachtspunten
Het Stooktoestellenbesluit legt geen verbod op gedeelde rookgasafvoerkanalen, maar stelt wel dat élk individueel aangesloten toestel — ongeacht het type schouw — moet voldoen aan de veiligheidsvoorwaarden van [Art. 4 §2] (stookolie) of [Art. 5 §2] (gas). Of een gemeenschappelijke schouw technisch geschikt is, beoordeelt men aan de hand van de toepasselijke NBN-normen en de code van goede praktijk; de dimensionering valt onder NBN EN 13384-2 (gedeelde schoorsteenberekening voor residentieel gebruik — raadpleeg nbn.be voor de exacte versie). Voor appartementsgebouwen met een bestaande gemeenschappelijke metselwerkschouw geldt in de praktijk dat atmosferische type B1-toestellen (low-temperature, niet-condenserend) nog steeds geplaatst mogen worden als vervanging, mits de schouw daarvoor ontworpen is. Condenserende ketels zijn op een gemeenschappelijke schouw zelden toegestaan zonder grondige renovatie van het kanaal (~€ 500–800 materiaal per appartement + plaatsing), omdat condensaatagressie en de lagere rookgastemperatuur de trek voor de andere toestellen verstoort.
Een type B-toestel trekt verbrandingslucht uit de opstellingsruimte en voert rookgassen af via de gemeenschappelijke schouw. Risico: bij onvoldoende trek of overdruk in het kanaal kunnen rookgassen terugslaan naar aangrenzende appartementsstookplaatsen. Bovendien is het sinds 1 september 2015 verboden om nieuwe type B-toestellen te plaatsen in slaapkamers, badkamers, doucheruimtes of toiletten [NBN D 51-003, van kracht sept. 2015] — dit treft ook appartementen waar de ketel in of naast zo'n ruimte staat.
Een CLV-systeem (Collectief Lucht-Verbrandingsgazen-systeem, ook type C42 of C82 afhankelijk van de configuratie) is een gesloten systeem: verbrandingslucht en rookgassen lopen via een gemeenschappelijk kanalenpaar waarbij elk toestel zijn eigen lucht direct van buiten krijgt. Omdat de opstellingsruimte hermetisch van de verbrandingskring is afgescheiden, vervalt het CO-risico bij terugslag. [Art. 5 §3] vereist dat bij type C de gasdichtheid van de rookgasafvoerende delen gewaarborgd is en de ventilatie van het stooklokaal conform de code van goede praktijk. CLV-systemen zijn de veiligste optie in nieuwbouwappartementen; de berekening van de gemeenschappelijke koker valt opnieuw onder NBN EN 13384-2.
Voor elk individueel toestel op de gemeenschappelijke schouw meten technici de trek aan het aansluitpunt van het toestel, niet bovenaan de schouw:
Verluchting van het stooklokal zelf blijft verplicht ook bij type C: voor gas < 70 kW geldt [NBN D 51-003], voor ≥ 70 kW [NBN B 61-001]. Een afsluitbaar raam of ventilatierooster dat dicht kan telt niet als vereiste luchttoevoer [Art. 5 §2, CGP].
Bij onderhoud [Art. 13] van een toestel op een gemeenschappelijke schouw moet de technicus:
Het Stooktoestellenbesluit richt zich tot de eigenaar/verhuurder (keuring, audit) en de gebruiker/huurder (periodiek onderhoud) van elk individueel toestel [Art. 7, Art. 8]. De gemeenschappelijke schouw is echter een gemeenschappelijk deel van het gebouw in de zin van de wet op de mede-eigendom (Burgerlijk Wetboek, Boek 3, Titel II) — het besluit regelt dit niet rechtstreeks.
Praktisch betekent dit dat de syndicus namens de algemene vergadering verantwoordelijk is voor:
Bij onmiddellijk gevaar (CO-intoxicatie of bewezen gaslek): evacueren, vensters open, brandweer 100. Gasgeur zonder onmiddellijk gevaar: 0800 60 888.
Inhoud opgesteld op basis van het Vlaams Stooktoestellenbesluit (BVR 8 dec 2006) en de Aandachtspunten-bundel van het Departement Omgeving. Voor de officiële tekst raadpleegt u omgevingvlaanderen.be/erkenningen.
Heeft u een afspraak nodig?
Wij regelen onderhoud, keuring of herstelling voor uw Vaillant- of Bulex-ketel.